Begin 2006 ben ik met Petra Stavast, Dieuwertje Komen en Hanneke Treffers drie maanden in Shanghai. Voor Photoq hield ik een dagboek bij.

#1
Als we vrijdag voor de gate op Schiphol staan te wachten, vertelt Dieuwertje dat ze de afgelopen week vlinders in haar buik had en even dacht dat ze verliefd was, toen ze zich realiseerde dat het geen man was die haar hoofd op hol bracht, maar de aanstaande nieuwe indrukken van Shanghai! Ze had de Chinakriebels. Terwijl we wachten voor we het vliegtuig in kunnen, voelen we alle vier dezelfde verwachtingsvolle spanning door ons lichaam spoken. China, het land van de toekomst? Zal het ons lukken de clichés van spugende Chinezen op straat, rode draken, vuurwerk en babi pangang met hond te omzeilen?

Vier dagen verder zijn we van alle eerste levensbehoeften voor de fotograaf op reis voorzien; een spotgoedkoop internetcafé vol rokende en rochelende, voornamelijk jonge, mannelijke, fanatiek gamende Chinezen en plakkende toetsenborden op de hoek van de straat, een metrokaart, een fiets, een Chinees mobiel nummer, een fotolab en last but not least een Starbucks op de ándere hoek van de straat. Lang leve de globalisering! Het Starbucksmeisje is de enige in de wijde omtrek die werkelijk Engels spreekt, en iedere ochtend bij de bestelling van de koffie schrijft ze onze briefjes, om de niet-Engels sprekende Chinezen die ons pad kruisen duidelijk te maken wat we bedoelen met onze gebarentaal. ‘Our toilet is broken’, ‘Do you develop 120 films?’, ‘We have already paid for 32 nights to our travel-agent in Holland’ en meer van dat soort noodzakelijkheden.

Terwijl Hanneke al vier dagen vrolijk met haar camera alles vastlegt wat ze tegenkomt en haar eerste ‘testfilm’ al bij het lab ligt, hebben Dieuwertje en Petra de eerste belichtte films al op het randje boven hun bed staan. Maar mijn camera is nog niet uit mijn tas geweest.
We kwamen aan op Chinees oudjaar, wat gevierd werd bij de Japanner met een internationaal gezelschap van vrienden van vrienden van Dieuwertje die in Shanghai wonen. Hoewel bekaf, gleed het bier en de saké goed naar binnen. Wanneer je op zo een unieke dag in China arriveert ga je niet slapen voor je het vuurwerk hebt gezien (en hebt gehoord!). Op weg van de Japanner naar ‘New Heights’, een veel te dure club op de zevende etage met onbetaalbaar uitzicht over Shanghai, passeren we een groepje van vijf mannen in witte jasjes die zorgvuldig de ene na de andere duizendklapper in een aan Domino D-Day refererend patroon uitleggen op straat. De ene klapper steekt de andere klapper aan, enzovoort. Het geluid kaatst heen en weer tussen de ons omringende hoge gebouwen, waarvan de toppen verdwijnen in de rook. Juist als je, onder de indruk van zoveel kabaal denkt, dat was het, schuiven ze een doos vol duizendklappers de straat op en gooien ze, alle vijf, één voor één nieuwe duizendklappers in de opspattende vonken. Oorverdovend krijgt deze avond een nieuwe betekenis. Om middernacht kijken we uit over de Bund naar de Pearltower van Pudong, die, niet verlicht vanwege energiebesparingen, toch oplicht uit de achtergrond van gebouwen door het vuurwerk. Indrukwekkend. En zo werd de dag van ‘de Grote Oversteek’ iets te lang. Gevolg: Een jetlag en een flinke, naar griep neigende verkoudheid die mij gisteren en vandaag dwong op bed te blijven.

#2
Inmiddels ben ik weer op de been en bijna snotvrij. Omdat ik het gevoel had dat ik heel veel in te halen had, ben ik donderdag de hele dag op de fiets erop uit geweest. Van 10 uur ’s morgens tot 18 uur door de stad getoerd. De fiets is van Chinese makelaardij, het zadel ook, dus vrijdag had ik wel een beetje zadelpijn. Maar het fietsen bevalt zo goed, dat ik er wéér met de fiets op uitgegaan ben. Fietsen door Shanghai is echt een feest. Sowieso, fietsen door een vreemde stad geeft het gevoel echt bij de stad te horen. De omgeving tussen het hotel en de bieb, waar emailen een stuk minder plakkerig is, heb ik nu wel aardig door. De kortste weg van het hotel naar de bieb is ongeveer een uur fietsen. Het zou rechtstreeks wel sneller kunnen, maar de kortste weg op de plattegrond is vaak verboden voor fietsers, dus fiets ik op de stoep. Maar sommige stoepen zijn zo druk dat het sneller is om een straatje om te fietsen. Steeds wanneer ik een Chinees in een officieel uitziend uniform tegenkom, verwacht ik dat ik een standje krijg en af moet stappen. Officiële Chinezen zien er een beetje intimiderend uit, maar er heeft nog niemand iets gezegd over fietsen op de stoep. Ook zonder licht fietsen in het donker is geen enkel probleem.

Ondanks de twee dagen op bed, heb ik wel het gevoel dat er veel is gebeurd in de zes dagen dat we nu hier zijn. Vanmorgen werd ik een beetje sacherijnig wakker, omdat ik vind dat ik nog niet genoeg geproduceerd heb. Gisteren de eerste twee rolletjes volgeschoten en meteen naar het lab gebracht, maar ik heb niet echt het gevoel dat ik al iets heb gemaakt waar ik blij van word. Ik kan de contacten zondag ophalen. Volgens mij printen ze met de hand, ook de contacten, ik kon kiezen of ik mat of glans papier wilde. Wat een keuze, alleen voor contacten. Zo is alles eigenlijk, ik voel me een beetje een god in Frankrijk hier, alles voelt zo luxe. Shanghai voelt een beetje als een soort New York meets Paris, maar dan met heel veel Chinezen.

Het opstarten gaat een beetje traag. Dat heeft misschien ook te maken met dat het net lijkt of we hier op vakantie zijn. We rollen van het ene diner via de volgende brunch en ladiesnight naar weer een dinerparty met expat-vrouwen die zich de hele dag vervelen en daarom ons maar uitnodigen om te komen eten; hebben ze weer een verzetje. En dan vind je jezelf in een luxe penthouse op de zeventiende etage, beetje lurkend aan de wijn, met je stokjes prikkend in een overheerlijke Thaise aubergine, terwijl je uitkijkt over héél Shanghai.

Als we niet eten of in een internetcafé zitten, zijn we aan het shoppen. Alles is zó goedkoop! En ze maken het je wel heel moeilijk om niets te kopen. Heel Shanghai is net één grote koopgoot. Dieuwertje kocht donderdag een nieuwe jas, want die van haar was een beetje koud. Vrijdag kocht ze er nog een.

Maar, stiekem zijn we wel aan het ‘werk’, want de ideeën borrelen achter elkaar naar boven. Ik moet ze alleen nog fotograferen...

#3
Donderdagavond hebben we gegeten met Thomas, een Duitse vriend van Hanneke, die fotograaf is in Shanghai. Hij had veel praktische tips over hoe te werken met Chinezen en vertelde over zijn ervaringen om ons te behoeden voor dezelfde fouten die hij gemaakt had toen hij hier begon.

Petra heeft voor haar project niet echt iets van Chinezen nodig, dat heeft ze slim bekeken. Zij wil gaan werken met Europeanen in Shanghai, met de nadruk op Nederlanders. Het contact maken loopt bij haar erg gemakkelijk. Zo was ze vrijdag naar een maandelijkse avond voor Nederlanders in Shanghai geweest, waar de champagne gratis vloeide. Ze kwam terug met tientallen visitekaartjes van mensen die ze kan bellen om een afspraak mee te maken. Vanmorgen heeft ze haar eerste afspraak met Mary, één van de expat-vrouwen die ons afgelopen zaterdag hadden uitgenodigd voor het diner op 17-hoog. Alle mogelijke clichés van de expat-vrouw gelden voor Mary. Ze woont in een luxe appartement, verveeld zich de hele dag, haar man is thuis in Zwitserland nadat hij is vreemdgegaan met een Chinese en Mary zit in Shanghai ongelukkig te zijn.

Stadsontwikkeling is het terrein van Dieuwertje. Ze heeft hier al verschillende architecten ontmoet, zonder er moeite voor te doen. Hoewel ze nog niet precies weet wat het moet worden kan ze wel gewoon aan de slag, zonder medewerking van Chinezen nodig te hebben; Shanghai is één grote bouwput.

Hanneke is een soort stofzuiger. Ze verzamelt alles wat ze tegenkomt, van papiertjes van vuurwerk op de grond tot tasjes met Chinese tekens, magazines worden aan gort geknipt en ondertussen huppelt ze vrolijk door Shanghai en zwaait met haar camera naar alles wat los en vast zit. Hanneke illustreert over haar foto’s en als ze niet zit te knippen, plakken of tekenen zit ze in het internetcafé. Ze zit werkelijk vastgeplakt aan de computer, komt waarschijnlijk door die plakkende toetsenborden.

Ik wil graag Chinese vrouwen fotograferen die plastische chirurgie ondergaan hebben en er nu uitzien als een perfecte mix van Europa en Azië. Hoewel ik een ‘documentaire opvoeding’ heb en dit goed onderwerp voor een documentaire zou zijn, wil ik het niet zo aanpakken. Ik wil een serie portretten van vrouwen met wat stillevens van perfect geknipte tuinen, en portretten van mijzelf waarin ik probeer hoe ik er zelf uit zou zien in de EurAzië-mix.

Ik stelde me zo voor dat de vrouwen die dit doen ongeveer van mijn generatie zijn en dat ik hen op straat zou kunnen herkennen en aanspreken, in de veronderstelling dat deze generatie Engels spreekt. Thomas legde me even haarfijn uit dat iedere Chinees die ik zal vragen naar een vrouw die plastische chirurgie ondergaan heeft om te fotograferen, argwanend zal zijn over mijn bedoelingen. Dit is hier een redelijk politiek beladen onderwerp, vanwege de ‘ongelukjes’ die angstvallig verzwegen worden. Ze zijn als de dood dat de verhalen over deze ‘ongelukjes’ het land verlaten.

Hoe kritisch moet je zijn, in je beelden over zo’n onderwerp als dit, wat ook echt wrede kanten heeft? Thomas zegt dat ik 'my time aan het wasten' ben door gewoon op straat rond te lopen en te kijken of ik zo’n vrouw tegenkom. Ik hoef er niet aan te denken dat ik hier een vrouw op straat aan kan spreken met 'Hi I’m a photographer, can I take a photo of you?' Ze zijn om te beginnen vrij argwanend ten opzichte van buitenlanders, zegt hij, en als je al iets van ze gedaan wil krijgen moet je volgens hem via via met ze in contact komen. Eerst eten en een paar uur aan tafel zitten en over jezelf vertellen om ze laten weten wie je bent en zo vertrouwen winnen en dan na het eten kan je misschien een keer beginnen over de zaken waar je het over wil hebben. Tijdens het eten moet je natuurlijk laten zien dat je je best doet om iets van de Chinese cultuur te begrijpen, dus moet je alles wat ze voorschotelen eten. In dat opzicht was ik aan tafel al gezakt, we aten in een Chinees restaurant en hij bestelde voor ons een zwart ei, gebakken in as. Mooi niet dat ik me daar aan waag. Was geen teken van goede wil, zei hij. Als ik dat bij een Chinees gedaan zou hebben zou hij of zij ook niet voor mij op de foto willen. Lekker omslachtig allemaal. Ik wist voor ik wegging dat ik het risico liep met mijn praktische, lompe en directe Hollandse karakter tegen wat problemen aan te lopen hier, maar door zijn relaas werd het me nog eens extra duidelijk. Eigenlijk vertelde hij niets nieuws aan tafel, je weet dat soort dingen eigenlijk wel, zeker als je er een beetje over leest, maar door zijn praktische voorbeelden werd het ineens een realiteit waar ik mee om moet zien te gaan.

Na een week Shanghai kan ik constateren dat ik nog steeds het verschil tussen Chinese en Westerse ogen niet goed zie, dat ik ze in ieder geval op straat niet tegenkom of niet herken. Verder kan ik stellen dat ik nog bijzonder weinig ingangen heb om tóch zo’n vrouw te vinden, mijn hoop en toeverlaat Penny (het Starbucksmeisje) kent er ook geen, maar zij had wel een gouden tip: 'I think you have to go to a model agency'. Ik heb nog nooit met modellen gewerkt, ik zou er normaal gesproken niet eens over na denken om een model te gebruiken, maar in dit geval klinkt het wel als een oplossing. Ik hoef dan geen hond te eten en zwarte eieren en meer van dat soort culinaire experimenten. Het enige wat mij tegenhoudt is die ‘documentaire opvoeding’. Ik weet nog niet goed wat ik hiervan moet vinden.

#4
Na een aanvankelijk langzame start zijn we deze week echt aan het werk gegaan. Afgelopen maandag gingen alle Chinezen weer naar hun werk na een week van Nieuwjaarsfeesten en ook wij zijn maar gewoon begonnen. Het is stiekem toch best moeilijk om te beginnen. Daar sta je dan met je camera, na alle voorbereidingen en plannenmakerij, in Shanghai en ga maar fotograferen. Alle excuses om niet te fotograferen zijn op, alle voorwaarden die nodig zijn om te beginnen zijn aanwezig, het regent niet, dus wat houd je tegen? Maandag stap ik op de fiets, met mijn Mamiya RB in mijn rugzak. Ik kijk om me heen, wat moet ik in ’s hemelsnaam fotograferen? Er zijn zoveel foto’s om mij heen, maar welke moet ik maken? Onbewust heb ik de lat vrij hoog gelegd voor mezelf. Ik kijk zo eens door mijn zoeker en ik denk ‘is dit het dan?’ Het moet natuurlijk allemaal wel goed zijn.

Vorige week ben ik al twee dagen met de Mamiya 7 erop uit geweest, een camera die niet zo opvalt op straat. Door de vakantie zijn er aardig wat toeristen in de stad, dus echt gek is het niet dat ik hier en daar een foto maak. Af en toe kijkt er iemand mij raar aan als ik mijn camera richt op een voor hem nietszeggend boompje in het park. We worden hier wel vaker vreemd aangekeken, zelfs zonder camera te richten op weinig spectaculaire toestanden. Voor sommige mensen is het al genoeg dat we Europees, wit en blond zijn, of groot of dik voor Chinese maatstaven. Ik voel me een beetje opgelaten, want hoe zullen mensen reageren op dat bakbeest? Na een dag blijkt het allemaal wel mee te vallen, het is natuurlijk vooral mijn eigen angst die ik moet overwinnen.

Het leuke van deze stad is, dat je in dezelfde straat verschillende werelden tegen kan komen. Zo fiets je langs grote blinkende gebouwen van multinationals en zo fiets je door een poortje en sta je in wat lijkt een dorpje; een oude woonwijk met hele kleine huisjes met hele kleine raampjes en hele smalle straatjes, waar de keuken buiten voor het huis is en er aan de elektriciteitsdraden of aan bamboestokken in bomen was hangt te drogen. Zelfs als het heel koud is staan mensen gewoon buiten te koken of af te wassen. Het zijn net kleine poppendorpjes waar iedereen buiten verkopertje speelt. Voor het huis zie je vaak vrouwen zitten met een paar manden met groenten of een paar teiltjes met vissen die ze te koop aan bieden. Deze dorpjes moeten volgens mij in rap tempo plaats maken voor investeerders van bedrijven en voor flatgebouwen die een veelvoud van het aantal bewoners kunnen huisvesten.

Ik zie een poortje met een hek waardoor mensen in en uit lopen en daarachter groene huisjes die er goed onderhouden uit zien, grote auto’s voor de deur. Ik zet mijn fiets tegen het hek en loop een rondje door de buurt. Alle muren zijn mintgroen, met blauwe randen. Links en rechts huizenblokken, met steeds voor het huis een klein voortuintje en achter het huis een groene muur om de achtertuin en een stukje doodlopende straat. Het lijkt mij duidelijk dat er hier alleen mensen lopen die hier ook echt iets te zoeken hebben en ik probeer niet al te nieuwsgierig rond te kijken. Ik hoop een roze of rood bloemetje te vinden in zo’n doodlopend stukje straat, voor een lekker esthetisch stilleven. Dieuwertje noemt mij steeds een vieze vuile estheet. Vroeger was ik echt een anti-estheet, moest alles vooral rauw en eerlijk zijn. Maar helaas kan ik niet vinden wat ik zoek. Ik sla de hoek om en sta ineens op een soort sportveld, maar dan helemaal van lichtblauw beton met rode randen en plantenbakken met roze bloemetjes erin. In het midden staat een vlaggenmast en de Chinese vlag wappert er vrolijk in de wind. In de rode rand staan allerlei blauw met gele gymtoestellen waarop ouderen gymnastieken. Ik associeer deze plek onmiddellijk met een communistische collectieve staatsvoorziening voor de brave burger. Alle grote gebouwen van de stad lijken hier heel ver weg en lijken ook allemaal los te staan, terwijl het midden in de stad soms één grote betonnen brei van aan elkaar plakkende gebouwen is. Ik blijf hier een uurtje hangen, en hoewel het licht een beetje saai grijs is schiet ik er toch vijf rolletjes vol, eigenlijk alleen om maar te fotograferen. Ik test mijn briefje met Chinese tekst of ik mag fotograferen. Het werkt. Filmpjes naar het lab, eerste werkdag zit erop.

#5
Het is maandag, de lente zit al in de lucht. Ik ben in een luie bui en besluit vandaag alles met de taxi te doen. Ik heb drie missies vandaag; de eerste is een afspraak bij BizArt, een soort kunstenaarscollectief. Ze maken tentoonstellingen, organiseren lezingen en zijn bezig een artist-in-residence-programma op te zetten. Hanneke heeft voor ons een afspraak gemaakt met Alexia, om te vertellen over onze projecten en de publicatie die we in Shanghai maken. Het is een vrijblijvend, maar interessant gesprek. De publicatie begon als een ‘klein dingetje’, wat we hier ‘erbij’ zouden doen, maar stiekem is het toch een ‘ding’ geworden. Ter verduidelijking: In juni zal het vijfde magazine van Fw: gepresenteerd worden met ons werk uit China en mogelijk ook van enkele jonge fotografen die we hier ontmoet hebben. Maar nú maken we een publicatie met werk van de afgelopen twee weken, als een work-in-progress-ding, wat een onaffe weergave vormt van onze stoeipartij met alles wat nu op ons af komt en van de energie die we van elkaar krijgen. Het is zowel voor Katherine, de ontwerper, als voor ons een experiment, om in zo een korte, heftige periode werk te maken en meteen om te zetten in een publicatie. Ook het samenwerken met Chinese drukkers is een experiment. In eerste instantie dachten we allemaal vrij luchtig over deze publicatie; lekker goedkoop, een beetje een ad-hoc ding, maar als het puntje bij het paaltje komt ben je toch kritisch, ook al is het een goedkoop, ad-hoc work-in-progress-ding. De stress van de deadline wordt langzaamaan voelbaar. Langzaam.

Eerst naar Alexia. Als ik tegenover haar zit tijdens het gesprek raak ik steeds meer gefascineerd door haar gezicht. Ik kan niet thuis brengen of zij nou een Europese of een Chinese is. Ze spreekt goed Engels. Alexia heeft een Franse moeder en een Chinese vader. Ze is een natuurlijke EurAzische mix. Ik wil haar fotograferen! Ze wordt een beetje verlegen als ik het haar vraag. Ik vraag het dan ook wel heel direct, kan mijn enthousiasme nauwelijks onderdrukken.

We lopen na het gesprek nog een rondje over het complex, een soort kunstdorp, met ateliers en galeries. Dan spring ik in de taxi naar de andere kant van de stad om een proefprint te laten maken van een foto die ik gemaakt heb met mijn telefoon, een ander Fw: project. Siemens sponsort ons met 10 mobiele telefoons met camera, die we gebruiken als serieus beeldmiddel. We kunnen de telefoons zes weken testen, om de fotografische grenzen en mogelijkheden van deze 'camera' te ontdekken. Ik laat een print maken van 1 meter bij 1 meter 30, op 3 dpi, de grootst mogelijke vergroting van het beeld met de laagste resolutie van de 'camera'. De Chinees die mijn beeld moet printen zegt mij heel vriendelijk dat het beeld 'no good' is, en haalt er een collega bij die nog eens zegt dat deze foto 'no good' is. Ik zeg dat het beeld 'wel good' is en ze kijken me nog even aan om te checken of ik het serieus meen. Iedereen die de printer passeert kijkt met een vies gezicht naar wat er uit rolt en ze vragen aan elkaar of dit wel goed is. Sommigen lachen zelfs openlijk. Het maakt mij niet uit. Ik ben heel blij met deze foto. Het is een klein wonder te noemen dat deze print er in één keer zo goed uit komt. Het is een overwegend zwart beeld, een nachtopname gemaakt tijdens Chinees Nieuwjaar. Er werd weer eens flink vuurwerk afgestoken. We zijn er inmiddels achter dat iedere dag een feestdag is, Oudjaar, Nieuwjaar, Lantarenfeest, zelfs Valentijnsdag is een feest, dus steek je vuurwerk af. De lucht op de foto is zwart, opgebouwd uit centimeter grote pixels van subtiel verschillende gradaties zwart. Op de voorgrond een flat, ook zwart met hier en daar oplichtende gelige of blauwige ramen en daarachter de top van een gebouw wat in het licht van het vuurwerk goudachtig uitgelicht wordt. Ik zat vorige week met deze foto op de laptop in de Starbucks waar ik Penny probeerde uit te leggen dat een digitaal beeld opgebouwd wordt uit pixels, zoals een huis opgebouwd wordt met stenen en dat in deze foto de ramen pixels worden. Denk niet dat ze het begreep.

Het beeld ziet er goed uit. In Chinese begrippen betekent dit 95% goed. Er zitten twee kleine beschadigingen op de foto en op de witte rand zitten wat vieze vingers, maar daar raak ik al niet meer van over de kook. Dat was vorige week nog wel anders...

De derde missie van vandaag is werk ophalen bij het lab. Het lab heeft ons de afgelopen week heel wat extra stress en zelfs een slapeloze nacht bezorgd. In het kort: de eerste negatieven kwamen vorige week van het lab en zagen er goed uit. Dat was een hele opluchting. De contacten daarentegen zagen er iets minder goed uit, maar aangezien een rolletje ontwikkelen en contacten €2,50 kost, nemen we de brakke contacten op de koop toe. Het werd pas vervelend toen ik de eerste negatieven liet scannen. Ten eerste werden alle negatieven losgeknipt - wat nog overkomelijk is - ware het niet dat dit gebeurde terwijl de scan-chinees met zijn maaltijd bezig was en zijn babi pangang dus op mijn negatieven zat! Vervolgens snapte de scan-chinees niet dat hij geen dia’s, maar negatieven in zijn plakhanden had, waardoor de kleuren van de scan er natuurlijk niet echt natuurlijk uitzagen. Maar de ijverige scan-chinees wilde graag 'goed' werk afleveren, dus heeft hij het uiterste uit de photoshop-kan proberen te halen door zo aan de curven te trekken dat de kleuren in ieder geval positief leken. Stressfactor. Het grappige van Chinezen is dat als ze iets niet kennen of iets niet in hun dagelijkse routine voorkomt, het voor hen ook niet lijkt te bestaan. Petra probeerde in baby-Engels uit te leggen dat ze moeten scannen als RGB en niet als CMYK, niet als dia, maar als negatief en niet aan de curven trekken. Kan niet, kan niet, krijgt ze als antwoord. Kan wel, zegt ze. Nadat Petra het voorgedaan heeft zeggen ze het te snappen en maken ze een testje met mijn negatieven. Ik houd mijn hart vast. En wat blijkt? Ze maken de beste scans die we ooit gezien hebben. Geen stofje op te vinden en de kleuren zijn bijna helemaal goed. Het enige wat Petra nog niet wist, is dat ze opslaan als BMP en dat we dat op onze laptop niet geopend krijgen. Nieuwe stressfactor. Maar hier weet Dieuwertje raad, ze heeft een werkplek gezien in een soort louche Photo-mall, waar we kunnen proberen of de cd daar wel opent. Met handen en voeten leggen we de man aldaar uit dat we de cd willen openen om de beelden te checken en dat we het beeld als JPEG op willen slaan. Het lukt en deze beelden kunnen we wel openen. Terug naar het lab. Kunnen jullie de scans ook als JPEG opslaan? Kan niet, kan niet. Kan wel. We doen het weer voor. En zo zijn we de hele week bezig geweest met heen en weer te gaan tussen lab en photo-mall, emotioneel laverend tussen hoop, vrees en opluchting.

#6
‘Ik ben echt gelukkig hier’, zegt Dieuwertje terwijl we naar de metro lopen. ‘Echt?’, vraag ik haar. ‘Ja, jij niet dan?’ Ik moet hier even over nadenken. De laatste dagen voelen een beetje als een emotionele achtbaan.We zijn op het midden van onze reis aangekomen, en weldra zullen onze wegen scheiden. Over een dag of tien gaan Hanneke en Petra naar Beijing, terwijl Dieuwertje en ik daarna nog een week langer in Shanghai zullen blijven. Tijd genoeg dus, maar toch wordt ik een beetje nerveus als ik denk aan het naderende einde.
Het fotograferen van geopereerde vrouwen wil nog niet erg vlotten. Na het afronden van de publicatie vorige week ben ik een beetje stilgevallen. Iedere dag word ik sacherijnig omdat ik weer niet gefotografeerd heb. Het lijkt alsof iedere meevaller een tegenvaller tot gevolg heeft en iedere goede dag een slechte dag. Zal wel iets met Yin en Yang zijn. Toen twee weken geleden de telefoon van Dieuwertje gestolen werd, troostte Penny haar met een prachtige Chinese tegeltjeswaarheid: 'If you loose something, something good will come back'. Ik blijf me verbazen over de Chinese logica. Iedere dag gebeurt er wel weer iets waardoor je even van je stuk gebracht wordt en denkt dat het nooit meer goed komt. Vaak komt het een dag later toch weer goed.

Ik hoop dat het ook zo zal gaan met mijn modellenjacht. Gisteren kreeg ik een smsje van Penny dat ze een afspraak voor me gemaakt had met Angelina, een studente van Katherine. Angelina heeft een week geleden haar ogen laten opereren en ik mag bij haar thuis fotograferen. Ik moet even wennen aan het idee dat het nu echt gaat gebeuren. Als ik een uur later vol enthousiasme bel om de afspraak te bevestigen, vertelt Penny me dat zij helaas, om onduidelijke reden, niet mee kan. Penny is gepromoveerd tot mijn vertaalster, want Angelina spreekt geen Engels.

Afgelopen donderdag en vrijdag zijn Hanneke en ik op een bijzonder onbevredigende modellenbureau-jacht geweest. De oplossing om professionele modellen in te huren blijkt minder eenvoudig dan gedacht. Het morele vraagstuk of de inzet van modellen wel documentair verantwoord is, heb ik allang achter me gelaten. Als het me lukt om daadwerkelijk dat ene model in haar eigen huis voor mijn camera te krijgen, verdien ik een medaille.

Het principe lijkt vrij eenvoudig: ik ben een fotograaf en wil een van hun modellen fotograferen - waarvoor ik betaal - we prikken een datum en maken wat afspraken over wat wel en niet kan en fotograferen maar.
We komen binnen in een klein maar verzorgd kantoor van het eerste modellenbureau, waar we een jonge dame treffen die totaal verzonken is in haar computerspel. Wij groeten haar vriendelijk. Zij reageert niet. Hanneke en ik kijken elkaar eens aan. Er is niemand anders in dit kantoor dus we zullen het met deze gamende secretaresse moeten doen, we groeten haar nogmaals vriendelijk. Ze lijkt nog geen aanstalten te maken om haar spel te beëindigen als wij ons verhaal in het Engels vertellen, maar wanneer ik haar mijn knalroze boekje met de zojuist Engels gesproken monoloog in het Chinees uitgeschreven onder haar neus duw, hebben we haar aandacht.
Ze pakt de telefoon en nog geen minuut later komt er een meisje met een maïskolf op een stokje in haar mond aangerend die wel Engels spreekt. Ze lijkt ons te begrijpen. We wijzen aan wie we willen fotograferen. Voor we het weten rent het meisje met de maïskolf weer weg. Ze zegt nog net dat we gebeld zullen worden en daar staan wij weer alleen met de niet-Engels sprekende secretaresse die haar spel hervat. Totaal beduusd staan we buiten.

Omdat we weinig vertrouwen hebben in de goede afloop van deze zaak en nieuwsgierig zijn of dit een normale manier van werken is met modellenbureau’s bezoeken we de volgende dag nog twee bureau’s. Het tweede bureau is gehuisvest in een soort schuurtje met een computer, een dame en verder heel veel dozen. Deze dame is duidelijk zakelijker ingesteld, de eerste van de reeks vragen in het roze boekje die ze beantwoord is wat de prijs is en die is zo hoog dat het ons zinloos lijkt af te dingen. Als we de helft eraf krijgen is het nog veel te duur. We bedanken haar vriendelijk. Het derde bureau blijkt onvindbaar. Het ziet er naar uit dat we heel aardig moeten zijn tegen het eerste bureau, wat nu ineens zo slecht nog niet lijkt. Natuurlijk worden we niet gebeld. Wanneer ik op de gok naar het bureau bel, krijg ik een vriendelijke, goed Engels sprekende dame aan de telefoon die niet te verstaan is vanwege de herrie om haar heen. Ik zeg haar een email te sturen, ik denk dat ze me verstaan heeft. Drie dagen later is er nog geen antwoord op de mail.
De moed zakt me een beetje in de schoenen als ook mijn derde optie, Alexia, geen tijd heeft deze week. Nog 17 dagen te gaan en nog geen model.

#7
Dagelijks koop ik de Shanghai Daily, naast de China Daily de enige Engelstalige krant die beschikbaar is. De Shanghai Daily is een dagelijkse garantie voor tenminste één gulle schaterlach, omdat er altijd wel iets grappigs in staat. Zo stond er gisteren een foto in van twee zeepaardjes, met daarbij dit onderschrift; 'Op deze foto ziet u twee mannelijke zeepaardjes die het naar hun zin hebben in het Shanghai Ocean Aquarium. Afgelopen week deden zij alsof zij zwanger waren. Het tonen van een dikke buik is zeer ongebruikelijk bij deze zeepaardjes, te meer daar het geen paringsseizoen is.' Er staat ook dagelijks een advertentie van een plastic surgery hospital in de krant. Ze adverteren met 'Facial contouring, Breast augmentation, Liposuction, Rhinoplasty, Bleparoplasty' en tonen bijbehorende foto’s van een perfect vrouwenfiguur, een prachtige volle mond, een Europees oog en 'voor' en 'na' foto’s van kaakoperaties. Ik las eens dat 60% van de Chinese vrouwen (in Shanghai of heel China, dat weet ik niet meer) plastische chirurgie ondergaan heeft en dat het rond Valentijnsdag 30% drukker was bij klinieken dan normaal, omdat veel stelletjes elkaar een 'matching nose' cadeau doen, als teken van hun wederzijdse liefde. Chinezen geloven dat een huwelijk langer goed blijft wanneer man en vrouw uiterlijke overeenkomsten vertonen en ze hebben hier zelfs een woord voor; fuqixiang.

Ik besluit op bezoek te gaan bij de kliniek. Terwijl ik naar binnen stap, twijfel ik of ik eerlijk zal zijn of dat ik zal doen alsof ik een ingreep overweeg. Het wordt het laatste. 'I am thinking about doing plastic surgery', zeg ik bloedserieus tegen de verpleegster die mij welkom heet. Ze wijst op de folders op de balie en trekt er een folder over laser-ontharingen uit. 'No, no laser surgery', zeg ik, 'I want to do something with my face'. De verpleegster kijkt mij aan en wijst op mijn wallen onder mijn ogen. De dokter kan daar een soort kussentje in doen als ik dat wil, zegt ze. De ingreep duurt maar tien minuten. Enigszins van mijn stuk gebracht door de directheid waarop mijn verschijning hier wordt beoordeeld – had ik kunnen verwachten – zeg ik dat ik wel iets aan mijn ogen wil doen, maar dat ik meer had gedacht aan een operatie om mijn ogen kleiner te maken. En ik zou die plooi boven mijn ogen wel weg willen hebben, en misschien mijn neus iets lager en breder en mijn kaak wat ronder. Ik moet een patiëntenkaart invullen en krijg een pasje van de kliniek. Bij mijn volgende bezoek hoef ik alleen dat pasje te laten zien. De verpleegster vraagt mij 10 minuten te wachten tot de dokter terug is van zijn lunch.

Even later vertel ik mijn verhaal nogmaals aan de dokter. Ik moet mijn ogen sluiten en dan drukt hij op mijn wenkbrauwen en trekt eens aan mijn huid. 'Ogen openen', zegt hij. 'Look at my finger', en hij beweegt een beetje met zijn vinger. Hij begrijpt nog niet helemaal wat ik wil. 'I have a picture'. Ik laat mijn notitieboekje zien waarin ik een pasfoto van mij naast een foto van een Chinees fotomodel laat zien. 'Deze ogen wil ik en een beetje van deze neus'. De dokter fronst. 'I like the Chinese eyes', zeg ik. Hij kijkt nog eens naar de foto en zegt dan 'Not possible'. Grote teleurstelling. De dokter kan wel Chinese ogen in Westerse ogen veranderen, maar helaas niet andersom. 'Chinese women want to look European and now European women want to look Chinese. Not possible', zegt hij.

#8
Het is donderdag, prachtig weer. Strakke blauwe lucht, aangename temperatuur en snoeiharde schaduwen. Dieuwertje heeft vandaag een afspraak met Ineke en haar privé-chauffeur. Ineke is grafisch ontwerpster en expat-wife in Shanghai. Terwijl manlief in Singapore is voor een zakenreis heeft zij de beschikking over de auto met chauffeur, waar Dieuwertje graag gebruik van maakt om meer van Shanghai en omgeving te zien. De chauffeur krijg je als expat automatisch bij de auto, omdat autorijden in Shanghai levensgevaarlijk is.
Hanneke heeft vandaag een shoot met de mooie Starbucks-Chris, waarvoor ze de studio van Vanh mag gebruiken, een Taiwanese Amerikaan die ons eerder al zijn werkplek leende om onze foto’s drukklaar te maken.

Ik heb vandaag een afspraak met Sandy Sun, een vaste klant van ons favoriete vegetarische restaurant. We hebben haar daar vorige week tijdens een etentje ontmoet. Sandy was alleen en werd bij ons aan tafel gezet. De ronde, draaiende glazen plaat in het midden van de tafel vormde de opening van het gesprek. Op deze plaat stonden onze gerechten en die van Sandy door elkaar en dat maakte het vrolijk zwieren aan deze plaat minder vrolijk, omdat we bang waren haar gerechten te verwarren met die van ons.
Bij het uitwisselingsritueel van de visitekaartjes verklaarde ze haar Amerikaanse naam; 'I like the beach and I like to swim in the sea and I like the sun, so I call myself Sandy Sun'. Daarop verklaarde ik mijn Chinese naam. 'My Chinese name means Ten Thousand Flowers, because I love flowers'. Toen was het ijs gebroken en moesten wij van al haar gerechten proeven nog voor zij ook maar één hapje genomen had.

Sandy heeft haar eigen bedrijf in een imponerend kantoor op Pudong, het wolkenkrabber-business-district van Shanghai. Ik wil haar graag fotograferen. Ze komt over als een sterke vrouw en ik verdenk haar ervan iets aan haar neus gedaan te hebben, maar ik durf het niet te vragen. Eenmaal voor de lens blijkt deze sterke vrouw een onzeker giechelend meisje die moeilijk rustig te krijgen is. Ze zegt dat ze geen operatie gehad heeft. Ik wil haar graag geloven, maar toch denk ik dat het direct-op-de-man-af-vragen niet de juiste tactiek is om deze 'gevoelige' informatie boven tafel te krijgen. Dit is blijkbaar toch een taboe.
Penny levert mij twee dagen later het bewijsmateriaal wanneer ik Angelina vraag waarom ze iets aan haar ogen heeft laten doen. Angelina staat voor mijn camera en tot vóór deze vraag vertaalde Penny al mijn aanwijzingen. Ineens begrijpt ze niet wat ik vraag. Angelina antwoord dat haar wimpers nep zijn.

Donderdagavond, allemaal terug op de kamer.
'Ik ga even het gevoel wegklikken', zegt Petra en ze loopt met haar cameratas en statief de deur uit. Dieuwertje ploft enthousiast op mijn bed en vertelt over haar avonturen van vandaag met Ineke en haar chauffeur. Haar hoofd is helemaal rood van opwinding en de brandende zon. Starbucks-Chris blijkt het goed te doen als model en ik vertel over onzekere Sandy in haar mooie kantoor.
'Het gevoel wegklikken' is fotograferen om het fotograferen, om maar niet het gevoel te hebben dat je niets gedaan hebt.