Quasi Quatsch

WassinkLundgren bekijken de wereld met een frisse lichtheid. Het duo bezit het vermogen zich te laten verbazen door het gewone en er een luchtige grap mee te maken. Hiermee wil ik niet suggereren dat er in hun werk vrijblijvendheid schuilt. Integendeel. Ze trekken niet alleen de wenkbrauwen op om daarna weer verder te lopen, maar leggen juist verbanden tussen al die kleine momenten van verbazing.

Iedere dag gebeurt er wel iets dat je verwondert, zeker voor de vreemdeling. Zeker in China. Wat je blijft verbazen is de vanzelfsprekende armoede die steeds weer overgaat in oppervlakkige weelde of echte rijkdom. Zoals ook steeds sprookjesachtige mooie taferelen moeiteloos overvloeien in de werkelijkheid. Prachtige groene bossen rondom bouwputten waar een hijskraan uitsteekt. Een blauwe lucht met een enkel voorbijdrijvend wit wolkje, bergen in de verte en een uitgestrekte blauwe zee met palmbomen, waaruit beton oprijst. Die lichte, humoristische kijk op het alledaagse leven van WassinkLundgren gaat gepaard met een scherpe analytische blik. Een op het eerste gezicht grappige foto blijkt meerdere lagen te bezitten en een verhaal te vertellen over schrijnende, verborgen of alledaagse armoede. Maart 2006, na twee maanden in Shanghai gewerkt te hebben loop ik in Beijing het hotel uit, de hoek om. Het is mooi weer, de lente is vroeg. Grote zonnebril op, oerlelijk en veel te duur betaald op de fakemarket. Ik zie twee statieven op straat, de camera’s naast elkaar met de rug naar elkaar gericht. Thijs groot Wassink en Ruben Lundgren zijn bezig met een experiment. Eerder die week maakte een van de twee – ik weet even niet meer wie – per ongeluk een foto toen er iemand in het kader bukte. Beeld van een straat, een hek, wat groen en een achterwerk. Midden in beeld. Dit werd een concept. Bukkende mensen. Tientallen mensen lopen voorbij zonder ook maar te kijken naar het flesje dat voor de camera ligt. De mensen die bukken zijn niet zonder meer te herkennen in de menigte. Het kan iedereen zijn. Van vrouwen die met boodschappen tassen van de supermarkt komen, mensen die een zondags ommetje lijken te maken of – het meest voor de hand liggend – zwervers. De beelden van mensen die flesjes rapen, als bron van inkomsten, staan in schril contrast met bijvoorbeeld het beeld van die enorme sportschoen van een bekend Amerikaans merk dat als een soort godheid tussen hemel en aarde zweeft. Verderop lachen vrolijke, stralende Chinese jongelingen ons tegemoet met hun supersize gefrituurde Amerikaanse kippenpoten in de hand. Als je zou willen kan je in het sprookje van bladgoud geloven. Maar het laagje luxe is dun. Wat opvalt is de schone schijn. Chinezen zijn goed in schone schijn. Overal worden nog meer wolkenkrabbers uit de grond gestampt. Het duurt niet lang meer voordat het paradijs ook hier is. En tot dat moment dekken we de rommel af met het utopische toekomstbeeld van wat daarachter die muren gerealiseerd wordt. Quasi Quatsch, twee woorden die uitdrukken dat het schijnbare onzin is.

Tentoonstellingstekst voor WassinkLundgren in De Balie.