De stiekeme blik van de fotograaf

De camera maakt het mogelijk om iemand te bekijken zonder dat de betrokkene het in de gaten heeft. Het bevredigt een verlangen om geheimen te onthullen. Kan je daarmee zeggen dat fotografie een voyeuristisch medium is? Waar ligt voor de nieuwsgierige fotograaf dan de grens tussen onschuldige nieuwsgierigheid en schending van iemands privacy?

De mens is van nature een nieuwsgierig wezen. We smullen van roddels over beroemdheden, politici, maar ook over de buren of vrienden (van vrienden). Over het algemeen is nieuwsgierigheid in onze cultuur sociaal geaccepteerd, maar er zijn wel grenzen. We gluren soms of luisteren wel eens mee met een gesprek van anderen (omdat we soms ook niet anders kunnen). Maar we weten dat het niet hoort, dus zorgen we dat het niet al te veel opvalt of stoort. Voor een fotograaf is nieuwsgierigheid een handige, zo niet noodzakelijke eigenschap.

Ik ben tegenwoordig een stiekeme fotograaf. Dat ben ik niet altijd geweest. Ik ben ooit keurig opgeleid binnen de documentaire traditie. Mijn eerste series waren globaal te omschrijven als verhalen over het dagelijks leven van personen in de fysieke of mentale nabijheid van mijn belevingswereld, wat desalniettemin voor mij "vreemde" levens waren. Ik zocht vaak naar het "exotische-om-de-hoek", en gebruikte de camera als middel om binnen te komen in het dagelijks leven van anderen, om daar vervolgens een tijdlang te verblijven tot de wederzijdse belangstelling verdwenen was. Na me enkele jaren te hebben gedragen als een respectabele documentaire fotograaf verloor ik mijn oprechte fotografische interesse in het leven van andere mensen en voelde ik niet langer de noodzaak verhalen over hen te vertellen. Maar wat is een 'respectabele documentaire fotograaf'? En wat betekent privacy nog in de wereld van vandaag? Hoe ver kan en mag je als stiekeme fotograaf gaan om je verhaal te vertellen?

Niet-te-ontwijken-grote-camera
Het begon in augustus 2006, toen ik een contactadvertentie vond in de krant van een man die een vrouw die hij blijkbaar al eerder had ontmoet opnieuw wilde treffen (Belg. mevr. Blijdorp tel. kwijt. Kom a.u.b. maand. 10.30u. hoek Statenw. Jan). Bij het lezen van de advertentie realiseerde ik me dat ik wist waar en wanneer de ontmoeting plaats zou moeten vinden. Met een kloppend hart begeef ik me naar de bewuste plek, met camera. Ik ben er net iets eerder dan Jan en in eerste instantie heeft hij niet in de gaten dat ik hem fotografeer. En toch sta ik met mijn niet-te-ontwijken-grote-camera midden op het plein. Iedere keer wanneer hij mij in de gaten lijkt te krijgen, draai ik me om en veins ik dat ik iets heel anders aan het fotograferen ben. Jan loopt heen en weer op het plein, blijft staan bij de bushalte, doet of hij op de bus wacht tot deze komt en hij niet instapt. In plaats daarvan verschuilt hij zich achter een struik bij de entree van een restaurant, tot uiteindelijk zowel ik als de man niet langer de schijn ophouden. Het kat-en-muis-spel komt tot een climax wanneer ik de man uitgebreid, recht voor zijn raap, zonder weg te draaien, voluit fotografeer en de man niet meer wegduikt, maar zijn handen in zijn zij zet, waarmee hij zegt 'kom maar op'. Contact I is een serie van tien zwart-wit beelden waarop een man op een plein heen en weer loopt en gevolgd wordt door de camera. Het volgen wordt benadrukt door een rode cirkel waardoor we hem niet uit het oog verliezen. Deze serie was vorig jaar te zien in de tentoonstelling Paparazzi op Fotofestival Naarden.

Hoewel ik het als keurig opgeleide documentaire fotograaf al spannend vond deze serie publiek te maken, gaat mijn volgende project nog een stapje verder. Op dit moment ben ik bezig een boek te maken van mijn meest recente stiekeme project Happily Ever After / A True Work of Fiction. Helaas kan ik daar op dit moment verder nog geen mededelingen in het openbaar over doen. In dit project wil ik de spanning van het opereren op de grens van het toelaatbare voelbaar maken voor de toeschouwer, om hem mijn nieuwsgierigheid te doen voelen en bewust te maken van de dubbele moraal ten aanzien van de scheiding privé en publiek die wij gewoon zijn te hanteren. Dat voert de spanning lekker op, maar het is geen grap; ik moet eerst zeker weten dat ik voor alle dilemma’s een adequate oplossing heb. In de praktijk stuit ik in dit project op een aantal dilemma’s die mij belemmeren het materiaal publiek te maken. Allereerst is er de kwestie van privacy, die in theorie interessant is om ter discussie te stellen, maar in de praktijk voor nogal wat juridische problemen zou kunnen zorgen. Maar er zijn ook praktische en morele bezwaren.

Ik kijk naar het leven van anderen, zonder dat zij daar toestemming voor geven. Hoewel het 'kijken naar het leven van anderen' tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld is (denk aan dagboeken op internet en televisieprogramma’s als Big Brother), bevindt de stiekeme fotograaf zich in een lastige positie.

Voyeurisme
Laat ik beginnen bij het etiket 'voyeur', dat je als stiekeme fotograaf al snel opgeplakt krijgt. Ben ik een voyeur? Een voyeur is in de volksmond iemand die seksuele opwinding ontleent aan het bespieden van minnende paren of zich uitkledende personen. Het stiekeme kijken van de voyeur noemen we ook wel gluren, en gluren is niet netjes. Toegeven dat je een voyeur bent is een beetje een beschamende confessie. Het woord 'voyeurisme' en het daaraan gekoppelde 'gluren' roept bij de meeste mensen een negatieve associatie op; iemand die stiekem kijkt kan geen goede bedoelingen hebben. De stiekeme fotograaf wordt al gauw een voyeur genoemd en de handeling van het (stiekem) fotograferen geassocieerd met een uiting van een onderdrukt (veelal seksueel geladen) verlangen. De geneugten van seksueel voyeurisme hebben volgens mij wel raakvlakken met het kijkplezier van de (stiekeme) fotograaf, maar vallen er niet geheel mee samen. Ik beschouw het stiekem kijken niet als een onbewust substituut voor iets anders, maar als een bewust gekozen strategie.

De inventieve fotograaf
Er zijn veel verschillende manieren en redenen om stiekem te kijken. Een fotograaf kan bijvoorbeeld 'undercover gaan' om in situaties terecht te komen waar je geen toestemming voor hebt of zou krijgen (denk bijvoorbeeld aan Sophie Calle, L’Hotel). Door niet op te vallen kan je als fotograaf doen alsof je in een situatie thuishoort. Door te anticiperen op wat er in de werkelijkheid gebeurt kan je toekomstige gebeurtenissen in schatten. Ook kun je er eventueel voor kiezen geen professionele apparatuur te gebruiken om niet als professional herkend te worden. Technische hulpmiddelen zoals een telelens (voor shots van veraf), een extreme groothoeklens (voor shots van dichtbij) worden veel gebruikt, maar een inventieve fotograaf kan ook andere hulpmiddelen gebruiken zoals bijvoorbeeld een spiegel (denk aan Thijs groot Wassink, Don’t Smile Now, Save it for Later!). Ook kan je de camera verstoppen (in kleding of tas met een gaatje voor de lens, of in brillen, klokken, pennen etc.) of zelf ergens achter schuilen. Een andere mogelijkheid is te doen alsof je niet of iets anders fotografeert (zoals ik bijvoorbeeld deed met mijn serie Contact I). Als laatste redmiddel kan je ook altijd nog een uitvergroting maken van een klein deel van een foto zodat details, die eerder niet zichtbaar waren, zichtbaar worden (bijvoorbeeld Michael Wolf, Transparent City Details). De paradox waar je dan wel mee te maken krijgt is dat je minder ziet, naarmate je dichter bij komt.

De handeling van het stiekeme fotograferen is (bijna) altijd zichtbaar in de foto. De niet geposeerde foto wordt beschouwd als 'echter' dan geënsceneerde beelden. Fotografen gebruiken dit in hun voordeel. Beelden met de kenmerken van het stiekem verkregen beeld suggereren dat zij geheimen onthullen. Of er daadwerkelijk geheimen onthuld worden doet er eigenlijk niet toe, de suggestie is gewekt. Belangrijker is de vraag wie deze suggestie wekt en wat daarvan de onderliggende agenda is en wie erin gelooft, of wie erdoor geschokt wordt.

Wanneer we naar een foto kijken, kijken we naar de wereld binnen een kader. Iets wat je kan bezitten en bestuderen. Ook het kijken via een televisie, een computerscherm of een beeldscherm van een telefoon is kijken door een kader. Wat laten we daarin van onszelf zien? Onze blik is geconditioneerd door de media met als gevolg dat we ons uiteindelijk altijd aan de ene of de andere kant van het 'kader' bevinden; wij zijn degenen die kijken, of degenen die worden bekeken. Voyeurisme en exhibitionisme lijken een nieuwe plaats ingenomen te hebben in onze gemedieerde samenleving. Voor het eerst in de geschiedenis zijn er meer mensen die zich willen laten bekijken dan er mensen zijn die kijken.

Dubbele moraal
Deze ontwikkelingen staan een beetje op gespannen voet met ons gevoel voor privacy; een groot goed voor de gemiddelde westerse mens. Gek genoeg gaan we op een redelijk ambivalente manier om met dat wat 'privaat' is en dat wat 'publiek' is. De blik van een ander ervaren we al snel als vervelend, toch kijken we allemaal evengoed naar anderen. Ons eigen private (echte) leven proberen we zo veel mogelijk af te schermen van de publieke blik en proberen we letterlijk onzichtbaar te maken voor wie niet tot onze private kring behoort. Hier toont zich de dubbele moraal die we in onze samenleving hanteren: het eigen privé-leven is privé, maar dat van anderen niet. Aardig om te vermelden in deze context is dat het recht op privacy mede onder invloed van de uitvinding van fotografie en de ontwikkelingen in het drukprocedé is gedefinieerd.

'Privacy' is een algemeen bekend begrip waarvan iedereen wel ongeveer weet wat ermee bedoeld wordt, maar waar de grenzen precies liggen... Het begrip privacy doet zijn intrede in de rechtspraak in 1890 als Samuel Warren en Louis Brandeis het 'recht om alleen gelaten te worden' definiëren: 'Recent inventions and business methods call attention to the next step which must be taken for the protection of the person, and for securing to the individual what Judge Cooley calls the right “to be let alone”.'

Doordat camera’s (zo rond 1880) eenvoudiger hanteerbaar en lichter werden, kwam de fotografie binnen het bereik van een veel grotere groep mensen dan daarvoor. Ook voor de professionele fotograaf openden zich nieuwe mogelijkheden. Fotografen konden nu op plekken komen en momenten vastleggen die eerder voor de grote, logge, langzame camera’s onbereikbaar waren. Deze camera werd aanvankelijk Detective Camera genoemd, een algemene term voor een snel en handelbaar type camera. De Kodak camera was de meest bekende en goedkoopste van dit type. Aanvankelijk werd deze camera gezien als een specialistische camera, die niet zozeer voor de professionele fotograaf ontwikkeld was, maar eerder voor de professional in andere beroepen zoals de politiefotograaf, de journalist of de detective.

Maar de camera werd vooral een succes onder amateurs, die de term Hand Camera prefereerden. De Hand Camera maakte het mogelijk om mensen onverwacht te fotograferen. Voor het eerst konden mensen op grote schaal stiekem fotograferen. Fotografen, zowel professionals als amateurs, maakten gretig gebruik van deze nieuwe mogelijkheid. Ongeveer gelijktijdig was het drukprocedé inmiddels zover ontwikkeld dat foto’s en tekst samen gedrukt konden worden. In de kranten en weekbladen werden al snel foto`s gepubliceerd waar niet iedereen altijd even blij mee was, maar waartegen geen verzet mogelijk was.

De grenzen van privacy worden vandaag de dag niet meer gemarkeerd door fysieke lijnen, muren of het lichaam, maar breiden zich verder uit naar informatie over individuen, gedachten en bewegingen. Wat privé of publiek is, verandert heel snel onder invloed van internet, waar we ons vrij voelen om ons hele leven bloot te geven. Tegelijkertijd maken maatregelen van de overheid steeds meer informatieverzameling mogelijk, maar het onvermogen deze informatie op een juiste manier te gebruiken maakt het leven niet veiliger. We leven in een digitaal, virtueel panopticum waarin we vasthouden aan analoge sociale en morele omgangsvormen.

Stiekem in de documentaire
Documentaire fotografie onthult vaak meer over de heersende waarden in een specifiek deel van de maatschappij dan over de zogenaamde werkelijkheid die in de beelden getoond wordt. Hoewel de stiekeme blik in eerste instantie op gespannen voet lijkt te staan met traditionele documentaire waarden plaats ik mijn werk wel in de die traditie. Mijn manier om de werkelijkheid te benaderen sluit aan bij de heersende waarden van de wereld waarin ik nu leef. Het documentaire spel van vandaag wordt gespeeld in een wereld waarin het kijken en bekeken worden niet zo veel meer met 'zien' te maken lijkt te hebben, maar in dienst lijkt te staan van een geruststelling van de mensheid, een sociale omgangsvorm, een erkenning van ons bestaan. Susan Sontag zei het al: door de alomtegenwoordigheid van de camera wordt gesuggereerd dat 'de tijd bestaat uit interessante gebeurtenissen die de moeite zijn om te worden gefotografeerd'. Wie wordt gefotografeerd is blijkbaar de moeite van het bestaan waard. In een steeds verder individualiserende samenleving kan het gefotografeerd worden door een ander een geruststelling zijn; er is tenminste nog iemand die interesse in mij heeft, die mij de moeite van het bekijken waard vindt. Zo lang ik word bekeken/gezien heb ik bestaansrecht.

Dit artikel is gepubliceerd op Dutch-Doc.