Gezien worden staat centraal in onze hedendaagse aandachtseconomie. We kijken en worden bekeken. Voor Tubelight.nl zoek ik naar actuele voorbeelden van de stiekeme blik van de fotograaf en zet deze in maatschappelijke context.

Delen of niet delen is de vraag

De digitale foto verandert de grenzen van privacy. Al struinend over het net stuit ik regelmatig op toepassingen waar ik mijn vingers bij aflik, maar waarbij ik me tegelijk afvraag of ik dit wel moet willen.

Afgelopen week bezocht ik een lezing van Nicholas Carr in het John Adams Institute in Amsterdam. Carr zegt dat onze hersenen veranderen door het gebruik van internet. Zonder de pluspunten van het net helemaal weg te cijferen constateert hij dat wij - internetjunkies - niet meer in staat zijn ons te verdiepen, omdat we in een constant zappende modus verkeren. Zodoende kunnen mensen niet meer lineair (lees: diepgaand) denken met als gevolg dat we daarmee aan de oppervlakte van alles blijven hangen.

Niet alleen onze hersenen veranderen, ook ons gedrag verandert. Om je vrienden te laten zien dat je wederom een te gekke avond gehad hebt publiceer je het fotografische bewijs op Facebook. Niet voor niets is de reclameslogan van T-Mobile dat het leven er is om te delen. Eerder al wijzigde Kodak zijn reclamestrategie in dezelfde richting; ‘The real Kodak moment happens when you share’. Vroeger was de strekking van hun slogan dat een bijzonder moment vastgelegd moest worden. Tegenwoordig is vastleggen dus niet meer voldoende, een bijzonder moment is pas een bijzonder moment wanneer je deze (online) deelt met anderen.

En zo kan het gebeuren dat de ervaring geen ervaring meer is, maar voer voor communicatie, aldus Carr. Niets nieuws aan de horizon, toch? Susan Sontag zei het al in 1977, alleen toen ging het nog alleen over de handeling van het fotograferen zelf. Delen deed je in die tijd nog met een fysiek fotoalbum, waarin je foto’s plakte (met lijm) waarna het rond ging tijdens verjaardagen en andere feestelijke bijeenkomsten. Volgens Sontag worden de ervaringen van het dagelijks leven door het gebruik van de camera afgestompt. Het fotograferen komt in de plaats van de werkelijke ervaring. Maar dat was een constatering in het analoge tijdperk. Nu moet je de digitale factor daarbij optellen. Menno van der Veen noemt dat in zijn boek Welkom in Youtopia ‘mediareflectie’. Nu kun je, op het moment dat je de foto maakt, de representatie van het moment checken en als die niet zo leuk is als de bedoeling was kan je dat moment gewoon nog even een keer opnieuw doen, maar dan leuker.

Eind 2010 stonden er 60 biljoen foto’s op Facebook. De prognose is dat tegen het einde van de zomer van 2011 er 100 biljoen foto’s via Facebook gedeeld worden. Om het foto’s kijken gebruiksvriendelijker te maken is er nu de applicatie Pixable, waarmee je, zonder steeds van profiel naar profiel te moeten klikken, in een keer alle foto’s van al je vrienden kan zien. Het enige nadeel is dat dat allemaal niet kan zonder toegang tot zo ongeveer alles te verlenen. En als ik dan op het knopje ‘toestaan’ moet drukken, bekruipt me toch het ouderwetse gevoel dat ik dit niet moet willen.