Gezien worden staat centraal in onze hedendaagse aandachtseconomie. We kijken en worden bekeken. Voor Tubelight.nl zoek ik naar actuele voorbeelden van de stiekeme blik van de fotograaf en zet deze in maatschappelijke context.

Brute fotografen die domme mensen fotograferen

‘Daar word je niet vrolijk van’, was mijn eerste gedachte bij de foto’s. Een boek met zulke foto's wil ik niet hebben. En toch kom ik er maar niet van los.

Mensen. Ik kijk er graag naar. Op terrasjes is het volkssport nummer 1, maar ook onderweg, in de stad, in de trein zijn er vele gelegenheden. Soms wil ik niet kijken, maar kan ik mijn ogen eenvoudigweg niet afwenden. Er zijn plekken waar ik niet zo makkelijk kom en dan is het fijn als er een fotograaf is geweest die voor mij heeft gekeken. Via de foto kijk ik naar de ander en spiegel mezelf.

Ergens tijdens mijn opleiding tot documentair fotograaf ontdekte ik de mogelijkheid om via fotografie diep in het leven van andere mensen binnen te kijken. Om precies te zijn ontdekte ik dat door de foto’s van Nan Goldin, die haar naasten in intieme en niet altijd vrolijke situaties vastlegt. Mijn leven bleek niet half zo fotogeniek als het hare, maar ik zag dat ik de camera als excuus kon gaan gebruiken om tijdelijk van dichtbij naar het leven van anderen te kijken.

Respect voor je onderwerp is een traditionele documentaire waarde, zo leerde ik ook. Tegelijk worden documentairefotografen aangetrokken door de onderkant van de samenleving. Fotografen die vanuit een hogere sociale klasse hun blik richten op mensen die in een zogenaamde beklagenswaardige situatie verkeren, zijn talrijk - met en zonder toestemming van de gefotografeerden. Daarbij betrap ik hen wel eens op de neiging zichzelf op de borst te kloppen voor het sociale onrecht dat zij met hun foto's aan de kaak stellen. De beelden zeggen echter uiteindelijk vaak meer over de heersende waarden in een specifiek deel van de maatschappij dan over de zogenaamde werkelijkheid die in de beelden getoond wordt.

‘Platter & dikker’ van H.J.A Hofland en Roel Visser is hier een voorbeeld van. Van dit boek werd ik dus niet vrolijk. De beelden bieden uitgebreid de mogelijkheid om anderen te bekijken. Niet alleen mensen aan de onderkant van de samenleving, ook de bezoekers van de Miljonair Fair ontsnappen niet aan de liefdeloze en minachtende blik van de fotograaf. Hofland beschrijft in een lezenswaardig essay de opkomst van de Nieuwe Mens die de hoofdrol speelt in de foto’s van Visser. De Nieuwe Mens is een vet, bruut, onbeschoft en dom wezen en denkt alleen aan zichzelf.

Waar Hofland een genuanceerde korte geschiedenis geeft van de ontwikkeling van de arme, magere mens van voor de Tweede Wereldoorlog naar het vadsige ‘slachtoffer’ van het hedendaagse consumentisme dat al shoppend en televisiekijkend zijn recht op een ‘leuk’ leven doet gelden, spuwt Visser zijn visuele gal. Van respect voor zijn onderwerp is geen sprake meer. Dat verdient zijn onderwerp ook niet. Tenminste, ik denk dat hij dat denkt. Visser verwerft daarmee wat mij betreft de twijfelachtige eer de eerste Nieuwe Fotograaf te worden. Deze vertelt zijn verhaal niet meer met de beste intenties, maar om zijn grieven te uiten. Hij is niet nieuwsgierig meer, niet meer geïnteresseerd, behalve in zichzelf.

Maar de respectloze blik van de fotograaf is niet de enige reden waarom ik hier niet vrolijk van word. Hoewel eenzijdig, laten de beelden wel een verontrustende staat van de mensheid zien die ik niet kan ontkennen. En hoewel het boek weinig onderscheidend is vormgegeven, laat het me niet los. Ik word uitgenodigd – nee, gedwongen - te kijken, maar ik wil niet kijken. Ik moet kijken - of ik wil of niet - naar de troosteloze vruchten van onze etalagemaatschappij.